Hof 's-Hertogenbosch 21 juni 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2039
WOZ. De waarde van de woning is door de heffingsambtenaar in beginsel goed onderbouwd met drie verkochte vergelijkingsobjecten. Belanghebbende, niet zijnde een taxateur, heeft daartegen enkele argumenten ingebracht en heeft een eigen ‘Matrixvergelijking’ ingediend met ook andere vergelijkingsobjecten. Het hof verwerpt de daaraan gerelateerde standpunten van belanghebbende, nu in de ‘Matrixvergelijking’ van belanghebbende onvoldoende rekening is gehouden met de verschillen tussen die objecten en de woning. Het hof merkt ten aanzien van die door gemachtigde ingebrachte ‘Matrixvergelijking’ in meer algemene zin nog het volgende op. Het hof hecht in het kader van bewijswaardering in beginsel meer waarde aan een taxatierapport of matrix van een deskundige zoals een gediplomeerd taxateur dan aan een door een belanghebbende of zijn gemachtigde opgestelde ‘Matrixvergelijking’ als die niet is opgesteld door een taxateur, zeker als daarnaast sprake is van ongerijmdheden in die ‘Matrixvergelijking’. Het hof kent ook daarom aan de door belanghebbende ingebrachte vergelijkingsobjecten en de daaruit volgende waardebepaling, mede gelet op de ter zitting aan de orde gestelde ongerijmdheden, in dit geval niet de betekenis toe die belanghebbende daaraan toekent. Het standpunt van belanghebbende dat de grondwaarde te laag is wordt eveneens verworpen. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl