Hof 's-Hertogenbosch 20 september 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3031
Procedure over verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting voor de jaren 2003 tot en met 2011 door een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds. De teruggaafverzoeken die betrekking hebben op de jaren 2003 en 2004 zijn terecht afgewezen, aangezien belanghebbende noch door overlegging van dividendnota’s noch anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van ‘te zijnen laste ingehouden dividendbelasting’ in de zin van artikel 10, lid 1 Wet DB. Het hof komt met betrekking tot voornoemde jaren niet toe aan beantwoording van de vraag of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstelling (hierna: fbi). Met betrekking tot de jaren 2005 tot en met 2011 komt het hof wel toe aan beantwoording van die vraag, aangezien belanghebbende met betrekking tot die jaren dividendnota’s heeft overgelegd. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend omdat het Duitse stelsel met betrekking tot uit Nederland stammend dividend niet voorziet in een heffing van niet in Duitsland woonachtige of gevestigde aandeelhouders. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 18 januari 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:67
- Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3770
- HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:503
- Conclusie A-G Wattel 28 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:79
- HR 18 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1610
- Hof 's-Hertogenbosch 24 november 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5170