Hof 's-Hertogenbosch 19 april 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1273

Procedure over verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting voor de boekjaren 2007/2008 tot en met 2011/2012 door een in het VK gevestigde “open-ended” beleggingsinstelling. De teruggaafverzoeken die betrekking hebben op de boekjaren 2009/2010 tot en met 2011/2012 falen reeds aangezien belanghebbende noch door overlegging van dividendnota’s noch anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van “ten laste van hem ingehouden dividendbelasting” in de zin van artikel 11a, lid 1, Wet DB. Het hof komt met betrekking tot die boekjaren niet toe aan de vraag of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstelling (hierna: fbi). Belanghebbende heeft voor de boekjaren 2007/2008 en 2008/2009 aannemelijk gemaakt dat sprake is ingehouden dividendbelasting in voornoemde zin. Het hof komt met betrekking tot die jaren toe aan een inhoudelijke beoordeling en het hof oordeelt dat belanghebbende onvergelijkbaar is met een fbi, omdat het VK niet aldaar woonachtige of gevestigde aandeelhouders met betrekking tot uit Nederland stammend dividendinkomen niet in de heffing betrekt. Het beroep op de drukvergelijking is onvoldoende onderbouwd. Het hof verleent ook met betrekking tot de boekjaren 2007/2008 en 2008/2009 geen teruggaaf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken