Hof 's-Hertogenbosch 4 mei 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1477

Overdrachtsbelasting. Artikel 15, lid 1, aanhef en letter h, WBvR juncto artikel 5c, lid 1, UB BvR. Tussen partijen is in geschil of aan de voorwaarden van de splitsingsvrijstelling is voldaan. Meer specifiek is in geschil of de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Het einddoel van de splitsing, te weten het verdelen van de door een vennootschap gehouden vermogensbestanddelen om uiteindelijk te komen tot een ontvlechting tussen de (conflictueuze) relatie van de broer en zus als zelfstandig bevoegd bestuurders, is zakelijk. De route naar het einddoel moet ook zakelijk zijn. De door de inspecteur gestelde alternatieve route en de uiteindelijk gekozen route van de splitsing zijn, afgezien van fiscale overwegingen, uitwisselbare alternatieven om tot het zakelijke einddoel te komen. De keuzevrijheid van belanghebbende om de fiscaal meest gunstige weg te kiezen vormt het uitgangspunt, tenzij de inspecteur aannemelijk maakt dat de splitsing een anti-fiscale omweg was of bevatte. Er is pas sprake van een omweg of kunstgreep als de gekozen route ook afgezien van de fiscaliteit niet of minder voor de hand ligt dan een alternatieve route naar hetzelfde einddoel. De door belanghebbende gekozen route vormt een logische route om tot het zakelijke einddoel te komen. De door de inspecteur geschetste alternatieve route lag niet méér voor de hand vanuit niet-fiscaal oogpunt. Aan de fiscale overwegingen die aan de splitsing ten grondslag hebben gelegen kan dan ook geen doorslaggevende betekenis worden toegekend. Het hoger beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken