Hof 's-Hertogenbosch 7 mei 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1472

Belanghebbende is Rijnvarende. Op het loon zijn door de werkgever in Luxemburg al sociale verzekeringspremies ingehouden. De SVB heeft twee A1-verklaringen ten name van belanghebbende afgegeven. Hieruit volgt, dat belanghebbende over de in geschil zijnde periode 1 januari 2014 tot en met 16 november 2014 verzekerings- en premieplichtig is in Nederland voor de volksverzekeringen. De Belastingdienst heft premie volksverzekeringen. Dat de Rijnvarendenovereenkomst van toepassing is betekent niet dat de verplichting tot overleg tussen lidstaten van de toepassingsverordening niet meer geldt (CRvB 28 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2817). Het hof verrekent op basis van artikel 73, tweede lid, van de toepassingsverordening de door de werkgever in Luxemburg ingehouden sociale verzekeringspremies met de premie volksverzekeringen. De stelling van de Belastingdienst dat niet verrekend mag worden roept associaties op met de zogenoemde ‘toeslagenaffaire’ van de Belastingdienst. Op basis van een vage notie en suggestie van fraude door de werkgever moet kennelijk aan belastingplichtigen, die aan die (vermeende) fraude van de werkgever part noch deel hebben, Unierechtelijke rechten worden ontzegd. Namelijk in het bijzonder het recht om binnen de Europese Unie niet met een dubbele heffing te worden geconfronteerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken