Hof 's-Hertogenbosch 15 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:85
Executiegeschil op de voet van artikel 438 lid 4 Rv (deurwaarderskortgeding). Geding na cassatie en verwijzing. Vervolg op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3611, en het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2455. Er zijn geen dwangsommen verbeurd want de veroordeling tot afgifte van roerende zaken waaraan de dwangsom was verbonden was niet vatbaar voor gedwongen tenuitvoerlegging omdat ten laste van de executant derdenbeslag was gelegd onder de veroordeelde (op onder meer die roerende zaken).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 424 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 453a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 475a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 475h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 476b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 477 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 611d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 5:2 BW5
- Artikel 6:58 BW6
- Artikel 6:62 BW6