Hof Arnhem-Leeuwarden 10 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3611

“Procedure ex artikel 438 lid 4 Rv. Deurwaarder legt executiegeschil aan voorzieningenrechter voor. Geïntimeerde is veroordeeld om op straffe van verbeurte van een dwangsom spullen aan appellante af te geven. Na het veroordelend vonnis wordt ten laste van appellante onder geïntimeerde derdenbeslag gelegd. Appellante stelt dat dwangsommen zijn verbeurd. Anders dan de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat dwangsommen zijn verbeurd. Het beroep van geïntimeerde op onmogelijkheid van nakoming, vanwege het gelegde derdenbeslag, wordt verworpen. Niet de executierechter, maar de dwangsomrechter is bevoegd om de dwangsom op te heffen of op te schorten vanwege onmogelijkheid. Geïntimeerde heeft zich echter niet tot de dwangsomrechter gewend.”

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken