Hof 's-Hertogenbosch 1 februari 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:376

Verzoek om teruggaaf van dividendbelasting. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat zij wordt gekwalificeerd als een niet-transparant doelvermogen in de zin van artikel 3, lid 1, aanhef en onderdeel c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet Vpb), dat zij daarom in aanmerking komt voor teruggaaf van dividendbelasting op grond van artikel 10, lid 1, van de Wet op de dividendbelasting 1965 en dat het weigeren van een teruggaaf aan een in het buitenland gevestigd doelvermogen in strijd is met de fundamentele vrijheden van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Het Hof oordeelt dat belanghebbende naar Nederlandse maatstaven als transparante entiteit moet worden gekwalificeerd. Er is geen verschil in behandeling tussen een dergelijke entiteit en een doelvermogen, ervan uitgaande dat belanghebbende als doelvermogen kan worden aangemerkt. Aangezien belanghebbende geen Nederlands inkomen geniet is zij niet buitenlands belastingplichtig. Bij denkbeeldige vestiging in Nederland zou zij evenmin belastingplichtig zijn. De verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting dienen niet door belanghebbende, maar door de achterliggende participanten te worden gedaan. Gelet op het algemene belang van een doelmatige procesgang wordt belanghebbende niet verder in de gelegenheid gesteld om de belemmering van het vrije kapitaalverkeer op het niveau van de achterliggende participanten aannemelijk te maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken