Hof 's-Hertogenbosch 9 december 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8650
Belanghebbende heeft een auto uit Duitsland geïmporteerd en bij invoer een bedrag van € 14.957 aangegeven. maar nog niet betaald op verzoek van de Ontvanger. De Inspecteur heeft een naheffingsaanslag opgelegd omdat hij van mening was dat de waarde van de ingevoerde auto hoger was dan belanghebbende bij de aangifte had vermeld. Belanghebbende heeft het volledige bedrag van aangifte plus naheffingsaanslag betaald en daarna is het zogenaamde fiscaal akkoord doorgegeven aan de Rijksdienst voor het Wegverkeer en is de auto geregistreerd. In geschil is het antwoord op de vraag of de Inspecteur een naheffingsaanslag kan opleggen voordat belanghebbende het door hem aangegeven bedrag heeft betaald dan wel voordat de auto is geregistreerd. Het Hof oordeelt op basis van de wettekst van artikel 20 AWR dat naheffing slechts is toegestaan als die belasting wel is verschuldigd en betaald had moeten worden maar geheel of gedeeltelijk niet (op tijd) is betaald. Uit artikel 1, lid 2 Wet BPM volgt dat het meer verschuldigde niet eerder verschuldigd is dan op het moment van registratie. Het gelijk is aan de zijde van belanghebbende, het hoger beroep is gegrond en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl