Hof 's-Hertogenbosch 29 mei 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ3817

Belanghebbende heeft in 2006 een auto uit België ingevoerd en heeft met een beroep op de zogenaamde tegenbewijsregeling aangifte voor de BPM gedaan, waarbij de belasting is berekend op € 15.371. Aangezien de inspecteur vraagtekens plaatste bij een aantal elementen van het bij de aangifte gevoegde taxatierapport heeft de inspecteur een hertaxatie laten uitvoeren. De verschuldigde BPM bedraagt op grond van de hertaxatie € 23.727. De inspecteur heeft daarop de aangifte van belanghebbende gecorrigeerd door een streep te plaatsen door het bedrag van € 15.371 dat belanghebbende heeft vermeld en heeft vervolgens een bedrag van € 23.727 opgenomen. Na betaling van dit bedrag heeft de inspecteur het kenteken op naam gesteld. Het hof overweegt dat op belanghebbende de verplichting rust de door haar op aangifte aangegeven belasting te voldoen en dat het wettelijk systeem de inspecteur geen ruimte laat om reeds voordat de belasting op aangifte is voldaan een correctie op de aangifte aan te brengen. De inspecteur was derhalve niet bevoegd om bij het achterwege laten van betaling van het op de aangifte verhoogde bedrag, een kenteken voor de auto te weigeren. Het bedrag van de correctie dat belanghebbende bovenop het bedrag vermeld in de aangifte heeft voldaan zonder dat ter zake een naheffingsaanslag was opgelegd, is dan ook onverschuldigd betaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen