Hof 's-Hertogenbosch 4 mei 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BR0181
Belanghebbende was in het onderhavige jaar woonachtig in Nederland. Belanghebbende was als stuurman werkzaam op een schip dat voer op de West-Europese binnenwateren, waaronder de Rijn. Belanghebbende heeft in Luxemburg een E-106 verklaring gekregen en van 1-10 tot en met 31-12 in Luxemburg sociale premies afgedragen. In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende premieplichtig in Nederland is. Via verordening 1408/71 komt het Hof bij het Rijnvarendenverdrag. Cruciaal is dan het antwoord op de vraag waar de onderneming haar zetel heeft. De bewijslast hiervoor ligt bij de inspecteur. Voor wat betreft de periode waarin belanghebbende werkte voor een in Luxemburg gevestigde vennootschap slaagt de inspecteur er niet in om aannemelijk te maken dat de zetel van de onderneming zich in Nederland bevond. Voor die periode valt belanghebbende dus niet onder de Nederlandse sociale wetgeving. Hoger beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl