Hof 's-Hertogenbosch 22 maart 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AT5854
Een en ander leidt tot de conclusie dat het hof, zoals gevorderd, de verdeling van de blote eigendom van het pand zal vaststellen op de volgende wijze. 7.8.1.1. Als peildatum voor de waardering van de blote eigendom van het pand geldt de datum van dit arrest. Het hof ziet geen aanleiding om voor deze waardering een eerdere datum te bepalen, nu het standpunt van [appellante] dat [geïntimeerden] voor onnodige en buitensporige vertraging hebben gezorgd niet wordt gedeeld. 7.8.1.2. De waarde van de blote eigendom van het pand dient te worden bepaald en vastgesteld op de wijze zoals door de rechtbank is bepaald, te weten door actualisering van de door de deskundige op de datum van zijn onderzoek, 28 augustus 2000, vastgestelde waarde van ƒ 1.225.000,-- (E. 555.880,76) aan de hand van de percentages die door de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) jaarlijks worden gepubliceerd. Het hof gaat uit van de NVM-cijfers voor tussenwoningen in de regio Zuid Limburg (zuivere kwartaalcijfers, percentage ten opzichte van een jaar eerder). Op basis van deze cijfers bedraagt de onderhandse verkoopwaarde van de woning, vrij van huur en gebruik op de datum van dit arrest een bedrag van afgerond E. 620.500,--. 7.8.1.3. Zoals onder 7.7.2 is overwogen, dient op dit bedrag allereerst in mindering te worden gebracht de waarde van het vruchtgebruik.
De uitspraak op rechtspraak.nl