Hof 's-Gravenhage 29 januari 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ7143
De verdachte was in de periode van eind 1983 tot en met eind 1990 in Kabul, in Afghanistan, ten tijde van het door de Sovjets gesteunde communistische bewind, het hoofd van de militaire inlichtingendienst, de KhAD-e-Nezami, en onderminister van het ministerie van staatsveiligheid (WAD). In de uitoefening van deze functie(s) heeft de verdachte zich, zoals bewezenverklaard kan worden, ten opzichte van een drietal slachtoffers, schuldig gemaakt aan zeer ernstige misdrijven feiten: het medeplegen van foltering en de schending van de wetten en gebruiken van de oorlog. Artikel 1 (oud) van de Uitvoeringswet folteringverdrag en de artikelen 8 (oud) en 9 (oud) van de Wet oorlogsmisdrijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl