Hof Den Haag 21 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:866

Belanghebbende claimt over de jaren 2010 en 2011 de afdrachtsvermindering loonbelasting met betrekking tot de werknemers die de opleiding “………..” hebben gevolgd. In geschil is of dit terecht is. Voorts is in geschil of de Inspecteur in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel. In het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur is daarnaast in geschil of de vergrijpboetes over de desbetreffende jaren terecht zijn opgelegd nu de administratieve verantwoording inzake de afdrachtsvermindering de nodige onjuistheden bevat. Het Hof oordeelt dat belanghebbende het beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel in het geding in eerste aanleg uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft ingetrokken en daarmee voorts uitdrukkelijk en ondubbelzinnig het recht heeft prijsgegeven om deze stelling in het geding voor het Hof te betrekken. Inzake de afdrachtvermindering heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat “………..” onderdeel vormt van een BBL-opleiding, noch dat de desbetreffende werknemers de vereiste beroepspraktijkvorming hebben gevolgd, zodat belanghebbende met betrekking tot deze werknemers in de onderhavige jaren geen recht heeft op toepassing van de afdrachtvermindering loonbelasting. Tot slot oordeelt het Hof dat de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken