Hof Den Haag 3 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2367
Veroordeling voor onder meer belediging van een arrestantenverzorger door hem in het gezicht te spugen (art. 266 jo. 267 Sr). De verdachte heeft een arrestantenverzorger in het gezicht gespuugd, waarbij het spuug onder meer in het rechteroog van de arrestantenverzorger terecht is gekomen. De arrestantenverzorger kreeg na enkele dagen jeuk aan zijn rechteroog en is later met een gezwollen oog naar het ziekenhuis gegaan. Vervolgens bleek van de aanwezigheid van de bacterie Neisseria gonorrhoeae, ook wel gonorroe genoemd. Het hof overweegt – in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2677 en de aangiften – dat spugen in het gezicht in onderhavige zaak niet kan worden aangemerkt als het toebrengen van lichamelijk letsel of pijn als bedoeld in art. 300 Sr. Voorts biedt de aangifte evenmin voldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat het in het gezicht bespuugd worden in dit geval aangemerkt dient te worden als een min of meer hevig onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, welke onder omstandigheden, mishandeling als bedoeld is art. 300 Sr.
De uitspraak op rechtspraak.nl