Hof Den Haag 5 maart 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:548
Tussen partijen staat vast dat de door de werknemer van belanghebbende feitelijk verrichte werkzaamheden, bedrijfsmaatschappelijke werkzaamheden zijn zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet. In geschil is of belanghebbende personeel ter beschikking stelt dan wel bedrijfsmaatschappelijke werkzaamheden verricht. Op basis van de door belanghebbende overgelegde overeenkomst en hetgeen belanghebbende onweersproken heeft gesteld ten aanzien van de feitelijke uitvoering van de overeenkomst, is het Hof van oordeel dat belanghebbende bedrijfsmaatschappelijke werkzaamheden verricht.
De uitspraak op rechtspraak.nl