Hof Den Haag 1 mei 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1192
Tijdens een controle is geconstateerd dat de inhoud van twee bunkertanks van een schip, gasolie voor de voortstuwing van het schip, niet voldoet aan de voorwaarden voor de vrijstelling van accijns. Belanghebbende, een zustermaatschappij van de eigenaar van het schip, is aangemerkt als belastingplichtige. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur, op wie de bewijslast ligt, niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende de goederen voorhanden heeft (gehad) dan wel dat zij bij het voorhanden hebben betrokken is geweest.
De uitspraak op rechtspraak.nl