Hof Arnhem-Leeuwarden 16 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1214

Veroordeling wegens het opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens artikel 19 van de Wet op de economische delicten gedaan door een opsporingsambtenaar. Geslaagd beroep op het nemo tenetur-beginsel. Het hof is van oordeel dat sprake is van een schending met het uit het eerste lid van artikel 6 van het EVRM voortvloeiende nemo tenetur-beginsel, nu verdachte tegen zijn wil, zelf onder dwang de gevorderde gegevens – die eventueel later als bewijs gebruikt kunnen worden – moest aanleveren aan de politie die hem in het kader van een overtreding op grond van de Wet milieubeheer in het vizier had. Het hof is dan ook van oordeel dat in dit specifieke geval toepassing van artikel 19, 26 en 1 onder ten vijfde van de Wet op de economische delicten in strijd met artikel 6 van het EVRM is. Derhalve zal het hof artikel 19 van de Wet op de economische delicten overeenkomstig artikel 94 van de Grondwet buiten toepassing laten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken