Hof Arnhem-Leeuwarden 30 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2967
Verdachte heeft als tantrika seksuele handelingen verricht met zes van zijn cliënten, die later aangifte tegen hem hebben gedaan. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefsters en van de andere getuigen à charge. Het hof gebruikt de verklaringen van de aangeefsters over en weer als steunbewijs voor de tenlastegelegde feiten. Daarnaast worden de verklaringen van de aangeefsters in voldoende mate ondersteund door de verklaringen van verdachte en door ander bewijs. Naar het oordeel van het hof is verdachte werkzaam geweest in de maatschappelijke zorg als bedoeld in art. 249.2.3 Sr. en heeft hij ontuchtige handelingen gepleegd met de aangeefsters die zich als cliënten aan zijn zorg hebben toevertrouwd. Het hof veroordeelt verdachte tot een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf met contactverboden als bijzondere voorwaarde. Het hof legt een beroepsverbod als bijkomende straf aan verdachte op en wijst de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 239 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 27 Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 249 Sr
- Artikel 251 Sr
- Artikel 422 Sv
- Artikel 532 Sv
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:99 BW6
- Artikel 6:106 BW6
- Artikel 1 BIG
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht
- Artikel 6 EVRM