Hof Arnhem-Leeuwarden 23 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:618

Gaswinning in Groningen. Abstracte schadebegroting. In deze procedure staat de vraag centraal of particuliere woningeigenaren en corporaties aanspraak kunnen maken op schadevergoeding vanwege de waardevermindering van hun woningen ten gevolge van de gaswinning ook wanneer de woning niet wordt verkocht. Het hof beantwoordt deze vraag, net als de rechtbank, bevestigend. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat abstracte schadebegroting toelaatbaar is wanneer dat redelijk en doelmatig is. Gezien de schade-oorzaak en de in Nederland levende rechtsovertuigingen is er reden om in dit geval geen hoge eisen te stellen aan de toelaatbaarheid van abstracte schadebegroting. Voldoende is dat de schade een voldoende structureel karakter heeft, begroting van de schade mogelijk is en niet op onoverkomelijke bezwaren stuit vanuit het oogpunt van doelmatigheid en dat de woningeigenaren belang hebben bij abstracte schadebegroting. Aan die vereisten is voldaan. Anders dan de rechtbank verklaart het hof WAG niet-ontvankelijk in haar vorderingen voor zover deze zijn gebaseerd op artikel 3:305a BW. Naar het oordeel van het hof bieden de statuten van WAG geen ruimte voor de behartigen van de belangen van anderen dan haar deelnemers, en dat is wel een vereiste voor ontvankelijkheid op grond van artikel 3:305a BW. WAG kan wel ontvangen worden in haar hoedanigheid van gevolmachtigde/lasthebbers van har deelnemers.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken