Hof Arnhem-Leeuwarden 20 februari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1450

Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van het medeplegen van afdreiging, meermalen gepleegd, en het medeplegen van gewoontewitwassen tot een gevangenisstraf voor de duur van 313 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Voorts beslist het hof op de vorderingen van de benadeelde partijen. Het hof verwerpt de door de verdediging gevoerde verweren met betrekking tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging nu niet is voldaan aan de eisen die zijn gesteld aan de klacht in de zin van artikelen 64 e.v. Wetboek van Strafrecht en 164 e.v. Wetboek van Strafvordering. Er zou volgens de verdediging onder meer onrechtmatig opsporingsonderzoek zijn verricht en tevens is de klachttermijn van drie maanden als bedoeld in artikel 66 Wetboek van Strafrecht overschreden. Ook acht het hof - in tegenstelling tot de verdediging – medeplegen wel bewijsbaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen