Hof Amsterdam 14 december 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4620

Maximum gevangenisstraf voor webcamafperser Aydin C.: 10 jaar en 243 dagen. 1. OM niet-ontvankelijk in vervolging klachtdelict art. 318 Sr bij niet tijdig indienen klacht door slachtoffer. 2. Art. 6 EVRM en beperking van recht verdediging op kennisneming resultaten politieonderzoek. 3. Toetsing door rechter van inzet softwarematig technisch hulpmiddel (keylogger) op basis Besluit technische hulpmiddelen strafvordering. 4. Verwerping alternatief scenario dat een ander de computers van de verdachte gebruikte. 5. Vaststelling van de omvang van netwerk van door de verdachte gebruikte accounts. 6. Aanranding minderjarige meisjes cfm art. 246 Sr via webcam door te dreigen compromitterend beeldmateriaal o.a. via Facebook te openbaren aan personen in hun directe omgeving. 7. Afdreiging (art. 318 Sr) en oplichting (art. 326 Sr) van mannen door te dreigen via webcam verkregen compromitterend beeldmateriaal o.a. via Facebook te openbaren aan personen in hun directe omgeving: causaal verband tussen oplichtingsmiddelen en afgifte geld. 8. Oplichting (ver)huurders woningen. 9. Overtreding Opiumwet (bezit DMT) m.b.t. niet onderzochte verdovende middelen uit zelfde partij. 10. Redelijke termijn art. 6 EVRM niet overschreden gelet op complexiteit en procesgang. 11. Vorderingen benadeelde partijen: a. gevoegde partij bij minderjarigheid in eerste aanleg en meerderjarigheid ten tijde van hoger beroep, b. vordering algemene materiële schade op grond van ‘Aanbevelingen civiele vordering en schadevergoedingsmaatregel’, c. verplaatste schade ouders minderjarige kinderen, d. vaststelling immateriële schade. 12. Oplegging schadevergoedingsmaatregel (art. 36f Sr) zonder corresponderende vordering als benadeelde partij. 13. Onttrekking aan het verkeer van gezamenlijkheid van voorwerpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken