Hof Amsterdam 30 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1449

Naheffingsaanslag loonheffingen over 2014 t/m 2017. In geschil is de juiste toepassing van de premiekorting oudere werknemers van artikel 47 Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: Wfsv). Ook de (resterende) verzuimboeten zijn in geschil en of belanghebbende, een detacheringsorganisatie, recht heeft op een integrale proceskostenvergoeding. Geen beperkingen op het aantal keer dat voor dezelfde werknemer premiekorting kan worden toegepast bij onderbrekingen van het dienstverband indien tijdens die onderbreking sprake was van een uitkeringssituatie en sprake is van de vereiste leeftijd. Elke nieuwe dienstbetrekking waaraan een uitkeringsperiode onmiddellijk vooraf gaat en is voldaan aan het leeftijdscriterium, is op grond van de wet een kwalificerende dienstbetrekking. In een situatie waarin een werkgever niet gedurende een periode van in totaal drie jaar premiekorting als bedoeld in artikel 47, eerste lid, of 49, eerste lid, van de Wfsv heeft toegepast maar wel gestart is met toepassing van de premiekorting, is het afhankelijk van de duur van de onderbreking van de dienstbetrekking of de driejaarsperiode tijdens de onderbreking doorloopt of gestuit wordt. (artikel 3.21, eerste lid, van de Regeling Wfsv). De stuiting geldt indien dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever elkaar met tussenpozen van minder dan drie maanden opvolgen. Belanghebbende slaagt er niet in een latere einddatum aannemelijk te maken. De boetes zijn passend en geboden. Hoger beroep ongegrond. Bevestiging uitspraak rechtbank

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken