Hof Amsterdam 7 februari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:416
Het Hof oordeelt dat de gemachtigde niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand; belanghebbende heeft derhalve geen recht op vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Ook de kosten voor een uittreksel, reis- en verletkosten worden niet vergoed. Nu de hoofdzaak (betreffende de aanmaningskosten) eerder is beslecht, is de door de belastingplichtige ondervonden spanning en frustratie ten einde gekomen na de uitspraak op bezwaar van 23 oktober 2019. Belanghebbende heeft derhalve geen recht op immateriële schadevergoeding. De ontvanger is geen dwangsom verschuldigd wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op een bezwaar tegen een dwangsombesluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1346
- HR 2 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1128
- Rb. Noord-Holland 10 juni 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:4754
- CRvB 22 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:307
- HR 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:37
- HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2358
- Hof Arnhem-Leeuwarden 13 maart 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2409
- ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:297
- CRvB 4 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1815
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- ABRvS 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129
- ABRvS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1290
- HR 9 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:199
- HR 22 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX6666
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006