Hof Amsterdam 22 februari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:499

Reikwijdte art. 7:4 (4) Awb en art. 40 (2) Wet WOZ juncto art. 6:17 Awb Het Hof oordeelt dat art. 7:4 Awb niet de verplichting bevat tot toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de belanghebbende, maar een verplichting tot terinzagelegging. Gelezen in de context van het gehele artikel kan art. 7:4 (4) Awb alleen zo worden uitgelegd dat een belanghebbende die voorafgaand aan een hoorgesprek gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot inzage in zijn dossier, tegen vergoeding (een) afschrift(en) kan verkrijgen van (een of meer van) de ter inzage gelegde stukken. Indien sprake is van een gemachtigde, oordeelt het Hof dat art. 6:17 Awb hierin geen verandering brengt omdat art. 6:17 Awb niet een zelfstandige verplichting voor het bestuursorgaan bevat om in de bezwaarfase bepaalde stukken aan de gemachtigde toe te zenden. Reikwijdte art. 40 (2) Wet WOZ Daarnaast oordeelt het Hof dat onder de te verstrekken gegevens ex art. 40 (2) Wet WOZ moet worden verstaan: het taxatieverslag, opgesteld conform het modeltaxatieverslag als bedoeld in artikel 6 van de Uitvoeringsregeling. Indien zich in de bezwaarfase een gemachtigde heeft gesteld, dient aan hem op grond van artikel 6:17 Awb op zijn verzoek (evt. in digitale vorm) het taxatieverslag te worden verstrekt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken