Hof 's-Hertogenbosch 5 oktober 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3279
Aanslagen IB/PVV 2018. Naar het oordeel van het hof is de inspecteur terecht uitgegaan van het door belanghebbende ontvangen bedrag volgens de jaaropgave en heeft belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het inkomen onjuist zou zijn vastgesteld. Het hof acht artikel 8:42 of artikel 7:4 Awb niet geschonden. Alleen in de beroepsfase is het bestuursorgaan op grond van artikel 8:42 Awb verplicht de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechter toe te zenden. In de bezwaarfase geldt ter zake van diezelfde stukken op grond van artikel 7:4 Awb enkel een inzagerecht. Het standpunt van belanghebbende dat de door hem opgevraagde, op de zaak betrekking hebbende stukken in de bezwaarfase aan hem toegezonden hadden moeten worden, los van het houden van een hoorzitting, wordt door het hof verworpen. Aan het niet bij de stukken voegen door de inspecteur van een e-mail (afkomstig van belanghebbende zelf), verbindt het hof (in casu) geen consequenties.
De uitspraak op rechtspraak.nl