Hof Amsterdam 15 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1765
In geschil is of belanghebbende een koersresultaat heeft genoten over een via haar door te geleiden dividend (toegekend op 1 juli 2011 en doorgeleid op 4 augustus 2011). Het Hof oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat in plaats van een dividend in CHF een dividend in USD zou zijn toegekend. Daarnaast zijn er geen feiten en omstandigheden gesteld of aannemelijk geworden op grond waarvan het aan belanghebbende toegekende recht op dividend ten gevolgen van een met de deelneming verband houdende oorzaak niet naar Nederland had kunnen worden overgemaakt (vergl. BNB 1977/162). En er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan het aan belanghebbende toegekende recht op dividend naar maatstaven van goedkoopmansgebruik op het moment van toekenning een andere waarde had dan de nominale waarde (vergl. BNB 1988/232). Tot slot oordeelt het Hof dat voor zover het binnen de groep de bedoeling is geweest dat een koersrisico zou worden vermeden, daaruit niet volgt dat die bedoeling ook daadwerkelijk (juridisch) is geëffectueerd. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Amsterdam 21 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1505
- HR 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3312
- HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1780
- HR 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5223
- HR 20 april 1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3804
- HR 11 juli 1984, ECLI:NL:HR:1984:AW8465
- HR 20 april 1977, ECLI:NL:HR:1977:AX3560
- HR 24 mei 1967, ECLI:NL:HR:1967:AX6126
- HR 8 mei 1957, ECLI:NL:HR:1957:AY2274
- HR 23 februari 1955, ECLI:NL:HR:1955:AY2410