Hof Amsterdam 20 augustus 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5755

Sectorindeling premieheffing werknemersverzekeringen. Belanghebbende, een payrollbedrijf, neemt werknemers in dienst met de bedoeling deze in beginsel blijvend te werk te stellen bij één opdrachtgever. De door belanghebbende gesloten arbeidsovereenkomsten bevatten geen uitzendbeding. Belanghebbende vervult geen allocatiefunctie op de arbeidsmarkt, aangezien de opdrachtgevers zelf zorg dragen voor de werving en selectie van de werknemers. Belanghebbende is voor de premieheffing werknemersverzekeringen ingedeeld in Sector 52 (Uitzendbedrijven); volgens belanghebbende dient zij te worden ingedeeld in Sector 45 (Zakelijke dienstverlening III). Het Hof is van oordeel dat voor de toepassing van de Regeling Wfsv ook uitzendbedrijven die werken met uitzendovereenkomsten zonder uitzendbeding in Sector 52 dienen te worden ingedeeld. Voor de beslissing van het onderhavige geschil is daarom doorslaggevend of de door belanghebbende met haar opdrachtgevers gesloten overeenkomsten moeten worden aangemerkt als uitzendovereenkomsten als bedoeld in artikel 7:690 BW. Naar het oordeel van het Hof is dat het geval. Uit de wetsgeschiedenis van de Flexwet en jurisprudentie van de civiele rechter leidt het Hof af dat het vervullen van een allocatiefunctie geen constitutief vereiste is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken