Hof Amsterdam 24 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4966
Bij factuur met datum 1 september 2012 is aan belanghebbende omzetbelasting in rekening gebracht in verband met de leveringen van zonnepanelen. In het derde kwartaal heeft belanghebbende, in verband met de levering van elektriciteit, zelf ook omzetbelasting in rekening gebracht aan derden. Bij brief van 8 maart 2013 heeft belanghebbende de Belastingdienst verzocht om als ondernemer in de zin van de Wet OB geregistreerd te worden. De inspecteur heeft aan dit verzoek van belanghebbende voldaan en een aangiftebiljet uitgereikt voor het aangiftetijdvak 1 september 2012 tot en met 31 december 2012, op welk biljet staat vermeld dat de aangifte binnen moet zijn op 6 mei 2013. In de op 7 april 2013 ingediende aangifte heeft belanghebbende per saldo verzocht om een teruggaaf van € 810. Het Hof is van oordeel dat het tijdig voldoen aan het door de inspecteur gedane verzoek om aangifte te doen op zichzelf niet tot gevolg heeft dat het uit die aangifte voortvloeiende te betalen bedrag aan omzetbelasting ook tijdig is voldaan of het in die aangifte vervatte verzoek om teruggaaf tijdig is ingediend. Gelet op de dienaangaande geldende wettelijk bepalingen is het verzoek om teruggaaf van omzetbelasting over het derde kwartaal van 2012 naar het oordeel van het Hof te laat ingediend. De andersluidende beslissing van de rechtbank is dan ook onjuist en het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl