Hof Amsterdam 31 maart 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1135
De KBvG verwijt de gerechtsdeurwaarder het volgende. De wet en de jurisprudentie bieden geen grondslag voor het (over)betekenen van een beslag op een onroerende zaak aan een andere beslaglegger op dezelfde onroerende zaak. Het strookt niet met de aard en het karakter van het ambt van gerechtsdeurwaarder de indruk te wekken een noodzakelijke ambtshandeling te verrichten, als dat niet het geval is. Door deze handelwijze zijn onnodige kosten gemaakt, die vervolgens bij de debiteur (de beslagene) in rekening zijn gebracht. Daarnaast is door het gerechtsdeurwaarderskantoor niet op de e-mail van zijn collega-gerechtsdeurwaarder gereageerd. De kamer heeft de KBvG in haar klacht niet-ontvankelijk verklaard, wegens - kort gezegd - gebrek aan belang. Het hof heeft de KBvG in haar klacht ontvankelijk verklaard. De KBvG heeft naar het oordeel van het hof een eigen belang bij de klacht. Partijen dienen zich erover uit te laten of het hof dan wel de kamer de zaak inhoudelijk zal behandelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl