Hof Amsterdam 11 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5185
Fiscale eenheid via buitenlandse (EU) tussenhoudsters toegestaan. Omdat in de binnenlandse situatie een moedervennootschap ervoor kan kiezen om via (een) tussenhoudster(s) een f.e. met haar kleindochters te vormen en dit niet mogelijk is ingeval de tussenhoudster(s) in een andere EU-lidstaat is (zijn) gevestigd, vormt het f.e.-regime een beperking van de vrijheid van vestiging. In beginsel vormt het fiscalecoherentiebeginsel daarvoor een rechtvaardigingsgrond, namelijk voor zover bij de moeder van de f.e. geen liquidatie- en financieringsverliezen kunnen ontstaan ter zake van gevoegde (achter)(klein)dochters. De Nederlandse regeling is echter disproportioneel omdat zij verder gaat dan noodzakelijk is om die coherentie te behouden. Er is sprake van een verboden beperking. Het Besluit proceskosten bestuursrecht voldoet aan de eisen van het EU-recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl