Hof Amsterdam 25 juni 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2450
Tussenbeslissing: Bij klachten tegen een samenwerkingsverband dient de tuchtrechter te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarders de klachten zich richten. Anders dan het hof eerder heeft overwogen in zijn beslissing van 29 januari 2004, LJN AO2798, kan het niet aan de beklaagde gerechtsdeurwaarders worden overgelaten, wie zij uit hun midden als beklaagde naar voren schuiven. Op deze wijze zouden gerechtsdeurwaarders immers feitelijk tuchtrechtelijke aansprakelijkheid kunnen ontlopen. Klacht tegen de gerechtsdeurwaarders [ 2 t/m 5] daarom teruggewezen naar de kamer. Klacht tegen berekening incassokosten (over heffing Hoofdbedrijfschap) ongegrond. Beslissing op klacht tegen berekening informatiekosten aangehouden. Door KBvG voorgedragen deskundige benoemd om vast te stellen of het hier om een incidentele fout ging (waarvan de kamer bij de beoordeling is uitgegaan), dan wel de gerechtsdeurwaarder bedoelde informatiekosten structureel aan schuldenaren in rekening heeft gebracht. Eindbeslissing: Uit bevindingen van de deskundige blijkt dat de gerechtsdeurwaarder in het verleden de bedoelde informatiekosten structureel in het incassostadium aan schuldenaren in rekening heeft gebracht en, anders dan waarvan de kamer is uitgegaan, dat het niet ging om een incidentele fout. Gelet op de aard (blijkens het deskundigenrapport op structurele wijze in duizenden zaken ten onrechte in rekening brengen van kosten ten eigen bate) en de ernst van dit handelen, acht het hof het opleggen van een boete in de hoogste categorie, zoals deze luidde ten tijde van het begaan van de tuchtrechtelijk laakbare handelingen, een passende sanctie.
De uitspraak op rechtspraak.nl