Hof Amsterdam 29 januari 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AO2798
Ingevolge artikel 34, eerste lid juncto artikel 49 van de Gerechtsdeurwaarderswet, hierna: GDW, kunnen slechts gerechtsdeurwaarders (waaronder in de GDW en in deze beslissing mede worden begrepen waarnemend gerechtsdeurwaarders en toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Hierom kan de maatschap [M] niet worden aangemerkt als degene over wie geklaagd wordt. Bij klachten tegen een samenwerkingsverband dient de tuchtrechter te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarders de klachten zich richten. Het hof merkt daarbij op dat de tuchtrechter het er voor mag houden dat tegen een samenwerkingsverband gerichte klachten, die niet betrekking hebben op gedragingen van een specifieke gerechtsdeurwaarder, zijn gericht tegen de van het samenwerkingsverband deel uitmakende gerechtsdeurwaarder die zich namens het samenwerkingsverband tegen de klacht verweert, zoals in deze zaak door de gerechtsdeurwaarder [GD] op onderdelen van de klacht is geschied. Het hof vernietigt de beslissing van de kamer en acht de klacht ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl