Hof Amsterdam 25 september 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:CA2559

Herziening. De notariële tuchtrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden beslissing herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; b. bij verzoeker vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. ingeval zij bij de tuchtrechter vóór de uitspraak bekend zouden zijn geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Deze vereisten zijn cumulatief. Daarnaast geldt dat de beslissing in kracht van gewijsde moet zijn gegaan en voorts dat het verzoek tot herziening dient te worden gedaan binnen een redelijke termijn na het bekend worden bij verzoeker van de (nieuwe) feiten of omstandigheden, terwijl het verzoek eveneens zal moeten voldoen aan het bepaalde in artikel 107 lid 2 Wna. Hetgeen door klagers naar voren is gebracht, betreffen geen feiten en omstandigheden op grond waarvan een beslissing kan worden herzien. Dit leidt ertoe dat klagers niet kunnen worden ontvangen in hun verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen