Hof Amsterdam 22 november 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BV8632
Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of het BFT op basis van artikel 96 lid 5 juncto artikel 112 lid 4 Wna bij de notaris onderzoek mag doen naar de naleving door de notaris van de WWFT. De notaris is de mening toegedaan dat het BFT die bevoegdheid niet toekomt, het BFT acht zich daarentegen daartoe wel bevoegd. De kamer heeft geoordeeld dat het door het BFT uit te voeren onderzoek, een onderzoek betreft dat uitgevoerd wordt in het kader van artikel 96 lid 1 Wna waarop afdeling 5.2 Awb niet van toepassing is. De notaris kan met betrekking tot dit onderzoek geen beroep doen op zijn verschoningsrecht (in verband met zijn geheimhoudingsplicht) De notaris stelt dat de kamer heeft miskend dat het BFT op basis van artikel 96 lid 5 juncto artikel 112 lid 4 Wna slechts financieel toezicht op de notaris mag uitoefenen en niet tevens onderzoek mag doen naar de naleving door de notaris van de WWFT. Aangezien voor een onderzoek in het kader van de WWFT, anders dan ten aanzien van een onderzoek op basis van de Wna heeft te gelden dat de notaris zich ex artikel 24 lid 4 WWFT juncto artikel 5:20 lid 2 Abw kan beroepen op zijn geheimhoudingsplicht, moet de notaris een beroep doen op zijn verschoningsrecht, nu de BFT-ambtenaren die inzage wensen in de dossiers van de notaris ambtenaren zijn van de sector WWFT. Naar het oordeel van het hof volgt uit artikel 96 lid 1 Wna dat het - in dat artikel geregelde - toezicht van de kamer niet de controle op de naleving door de notaris van de WWFT omvat. Dat brengt mee dat de voorzitter ook niet de bevoegdheid heeft - gelet dus op zijn wettelijke toezichthoudende taak - een onderzoek te gelasten inzake de naleving van de WWFT door de notaris. Het onderzoek bij de notaris inzake de naleving van de WWFT door het BFT, kan derhalve niet gebaseerd kan zijn op artikel 96 Wna. De notaris beroept zich naar oordeel van het hof terecht op zijn in artikel 5:20 lid 2 Awb opgenomen verschoningsrecht, voor zover het onderzoek door het BFT gericht is op controle van naleving door de notaris van de WWFT. Het hof vernietigt de beslissing van de kamer voor zover daarbij is vastgesteld dat de notaris zich niet op goede grond verzet tegen het onderzoek dat ex artikel 96 lid 5 is opgedragen aan het BFT en bekrachtigt de beslissing voor het overige.
De uitspraak op rechtspraak.nl