Hof Amsterdam 13 juli 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1178

Het hof verenigt zich met de beslissing van de kamer, met uitzondering van de op te leggen maatregel. Het hof neemt het de gerechtsdeurwaarder zeer kwalijk dat hij heeft gereageerd op de wijze zoals de kamer in rechtsoverweging 4.6 heeft overwogen. Dit te meer daar de gerechtdeurwaarder ook tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep geen blijk ervan heeft gegeven de ernst van zijn gedragingen in te zien en ook op door het hof gestelde vragen ontwijkende antwoorden heeft gegeven. Het hof is dan ook van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder de maatregel van schorsing voor de duur van één maand dient te worden opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen