Hof Amsterdam 15 januari 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0105

Het betrof niet zuivering van een document T1, waarbij onbekend was waar de goederen waren gebleven. Omdat er geen aanwijsbare fysieke handeling kon worden onderkend, baseerde de inspecteur de uitnodiging tot betaling op art 204 CDW, maar was, in tegenstelling tot belanghebbende, van mening dat wel sprake was van het belastbare feit invoer als bedoeld in art.18, eerste lid, onderdeel c van de Wet OB. Het Hof was van oordeel dat, nu geen bewijs van de regelmatigheid van het vervoer was geleverd, dit het vermoeden wettigde dat de goederen waren onttrokken in de zin van art 203 CDW en dat er derhalve geen twijfel aan kon bestaan dat sprake was van invoer in Nederland in de zin van art 18, lid 1, onderdeel c, van de Wet OB. Het gelijk was aan de inspecteur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen