CRvB 15 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:700
Uitspraak grote kamer CRvB over de toetsing aan algemene rechtsbeginselen en (ander) ongeschreven recht, in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel, bij een beroep tegen een besluit dat berust op buitenwettelijk en tegenwettelijk beleid. De Raad gaat in navolging van de conclusie van A-G De Bock (10 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2086) nader in op de wijze waarop de bestuursrechter een bestreden besluit toetst als dat (mede) is gebaseerd op beleid. Ook zet hij uiteen op welke wijze in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel daarbij aan de orde kan komen. Deze uitspraak sluit aan op eerdere uitspraken van grote kamers van andere hoogste bestuursrechters, te weten uitspraken van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285) en 1 maart 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:772) en van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 26 maart 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:190). De Raad onderscheidt voortaan drie soorten beleid: binnenwettelijk beleid, buitenwettelijk beleid en tegenwettelijk beleid. De termen ‘binnenwettelijk beleid’ en ‘buitenwettelijk beleid’ worden daarbij iets anders opgevat dan voorheen. De Raad verduidelijkt de intensiteit van de toetsing van binnenwettelijk beleid. De Raad beslist verder dat, anders dan voorheen, buitenwettelijk beleid wordt getoetst op dezelfde wijze als binnenwettelijk beleid, met de kanttekening dat de toetsing van buitenwettelijk beleid in beginsel terughoudender zal zijn. De Raad beslist bovendien dat tegenwettelijk beleid niet wordt getoetst. Bij de toetsing van een besluit dat op tegenwettelijk beleid is gebaseerd wordt nog steeds beoordeeld of dat beleid juist is toegepast. Als het beleid juist is toegepast wordt dat besluit vervolgens, los van het beleid, getoetst aan het wettelijk voorschrift waarop het berust en aan hoger geschreven recht, de algemene rechtsbeginselen en (ander) ongeschreven recht, waaronder het evenredigheidsbeginsel. In het geval van appellant ging het om een intrekking en terugvordering van bijstand wegens te lang verblijf van appellant in het buitenland. Het tegenwettelijk beleid waar appellant zich op beroept wordt niet getoetst is en is juist toegepast. De intrekking is verder in overeenstemming met artikel 13, eerste lid, aanhef en onder e, van de Participatiewet. Dit is een dwingendrechtelijke bepaling van een wet in formele zin. Niet is gebleken dat er zich bijzondere omstandigheden voordien waarmee de wetgever niet of niet volledig rekening mee heeft gehouden met het vaststellen van die bepaling. De gevolgen van de toepassing van die bepaling worden daarom niet getoetst aan het evenredigheidsbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 24 december 2024, ECLI:NL:CBB:2024:927
- CRvB 18 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:726
- ABRvS 8 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1424
- CBb 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190
- CRvB 10 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2086
- CRvB 27 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1192
- ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772
- ABRvS 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:718
- ABRvS 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:719
- ABRvS 17 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2290
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:992
- CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:993
- CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:994
- CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:995
- CRvB 16 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:114
- CRvB 12 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:104
- CBb 15 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:211
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- CRvB 17 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1028