CRvB 25 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:454

Afwijzing aanvragen om bijstand. Geen afgeleid verblijfsrecht bij kinderen. Geen recht op bijstand vanwege procedureel verblijfsrecht. Appellant ontleende in de te beoordelen periode aan artikel 20 van het VWEU geen afgeleid verblijfsrecht, en als gevolg daarvan kon hij niet op grond van artikel 11, tweede lid, van de PW met een Nederlander gelijk worden gesteld. Het college heeft de aanvragen van appellant terecht afgewezen. Er was in de te beoordelen periode geen sprake van een afhankelijkheidsrelatie als bedoeld in het arrest Chavez-Vilchez. De kinderen woonden vanaf de geboorte bij hun moeder en appellant droeg niet financieel bij aan de zorg voor zijn kinderen. Appellant heeft ook geen recht op bijstand vanwege een procedureel verblijfsrecht. Het feit dat appellant in afwachting was van een beslissing op zijn aanvraag om toetsing aan EU-recht en vervolgens in afwachting van een beslissing op het bezwaar tegen de afwijzing van die aanvraag rechtmatig verblijf had, betekent niet dat hij in die periode rechthebbende op bijstand was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken