CRvB 16 september 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1353

Afwijzing verzoek om toekenning van prestatiebeurs voor wo-masteropleiding na hbo-bacheloropleiding houdt stand. Geen aanleiding om artikel 5.2 van de Wsf 2000 buiten toepassing te laten. De wetgever heeft ervoor gekozen de prestatiebeurs te beperken tot initieel onderwijs. De wetgever heeft bewust gekozen die niet te verstrekken voor de combinatie hbo-bachelor en wo-master. De wetgever heeft bij sociaal beleid (zoals bij studiefinanciering) veel beoordelingsvrijheid om bepaalde groepen wel of niet gelijk te behandelen. Dat studenten na een hbo-bachelor wel een prestatiebeurs kunnen krijgen voor een hbo-master, maar niet voor een wo-master is een toegestane vorm van ongelijke behandeling. Als er op het terrein van studiefinanciering in dit verband iets zou moeten veranderen, is dat aan de wetgever. De wetgever is daar ook mee bezig en op dit moment is er daarom voor de rechter minder aanleiding om in te grijpen in het bestaande wettelijke systeem. Betrokkene heeft weliswaar geen recht op een prestatiebeurs, maar zij kan wel studiefinanciering ontvangen in de vorm van een lening en een reisrecht. Van een beperking om het door haar gewenste onderwijs te volgen, is geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken