CRvB A-G de Bock 23 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1
Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over het verhalen van kosten door het UWV op een garantsteller in het geval dat een werkgever-eigenrisicodrager failliet is verklaard. De raadsheer advocaat-generaal stelt voorop dat voor verhaal op de garantsteller niet is vereist dat de eigenrisicodrager failliet is verklaard. Voldoende is dat de eigenrisicodrager zijn verplichtingen jegens het UWV niet, niet tijdig of niet volledig nakomt. Het UWV kan zich direct tot de garantsteller wenden en hoeft niet eerst de faillissementsboedel aan te spreken. Ook hoeft het UWV niet eerst onderzoek te doen naar een eventuele overgang van de onderneming van de eigenrisicodrager, waardoor de betalingsverplichting van de eigenrisicodrager mogelijk is overgegaan naar een andere partij. Het UWV mag afgaan op de bij hem bekende gegevens uit de polisadministratie. Als het risico van de eigenrisicodrager naar een andere partij is overgegaan (bijvoorbeeld door overgang van onderneming), blijft de oorspronkelijke garantsteller aansprakelijk als deze andere partij zijn verplichtingen jegens het UWV niet, niet tijdig of niet volledig nakomt. Dat geldt zowel wanneer het risico is overgegaan vóór faillissement als wanneer dat is gebeurd na het faillissement van de eigenrisicodrager. Wanneer het UWV een verhaalsbesluit neemt jegens de garantsteller, kan de garantsteller in de bezwaar- en beroepsfase aanvoeren dat het besluit waarin de uitkering aan de eigenrisicodrager is toegerekend (i) evident onjuist is, of (ii) onjuist is omdat zich nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan. Het UWV hoeft dus niet steeds uit te gaan van de rechtsgeldigheid van het toerekeningsbesluit, ook al is dat onherroepelijk geworden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19 ZW
- Artikel 46 ZW
- Artikel 75 WAO
- Artikel 75a WAO
- Artikel 75b WAO
- Artikel 6:142 BW6
- Artikel 7:662 BW7
- Artikel 7:666 BW7
- Artikel 7:855 BW7
- Artikel 3:277 BW3
- Artikel 3:278 BW3
- Artikel 3:279 BW3
- Artikel 3:288 BW3
- Artikel 4:6 Awb
- Artikel 33 SUWI
- Artikel 40 Wfsv
- Artikel 38ab Wfsv
- Artikel 42 Zorgverzekeringswet
- Artikel 82 WIA
- Artikel 84 WIA
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 20 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2178
- CRvB 19 juli 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1363
- CRvB 6 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:928
- CRvB 6 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2623
- CRvB 24 februari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:454
- ABRvS 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:11
- Rb. Limburg 15 september 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:7038
- CRvB 2 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1370
- CRvB 4 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3920
- CRvB 15 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2776
- CBb 7 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:190
- CRvB 5 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:655
- ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:466
- ABRvS 30 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:260
- CRvB 7 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3474
- ABRvS A-G Wattel 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152
- Rb. Midden-Nederland 1 februari 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:468
- Rb. Limburg 31 januari 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:882
- CRvB 21 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1608
- CRvB 11 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4322