CRvB 9 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:30
Verrekening van ontvangen bedragen met bijstand. De moeder, zussen en broer van appellant moeten voor de toepassing van de PW worden beschouwd als derden. De bedragen die appellant van hen heeft ontvangen moeten dus worden beschouwd als van derden ontvangen bedragen. Verder is op zichzelf niet van betekenis dat de derden die het geld hebben overgemaakt kosten delende medebewoners van appellant zijn. De wetgever heeft in het tweede lid van artikel 31 van de PW geen uitzondering gemaakt op het middelenbegrip voor middelen die afkomstig zijn van kosten delende medebewoners. Er zijn geen aanknopingspunten voor het standpunt dat de wetgever bij de invoering van de kostendelersnorm is vergeten om het middelenbegrip aan te passen. Als er al aanleiding zou zijn om artikel 31 van de PW aan te passen zoals appellant voor ogen staat, is het aan de wetgever om dat te regelen. PW art. 19a, 22a, 31, 32
De uitspraak op rechtspraak.nl