Art. 4 Participatiewet, Alleenstaande, alleenstaande ouder en gezin
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
c. gezin:
1°. de gehuwden tezamen;
2°. de gehuwden met de tot hun last komende kinderen;
3°. de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
d. kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen 9 en 9a, het in Nederland woonachtige pleegkind;
e. ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn.
2. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt mede verstaan een meerderjarig stiefkind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Limburg 11 april 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:3401
- CRvB 27 maart 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA2072
- ABRvS A-G Keus 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1217
- CRvB 26 september 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2024
- Rb. Zeeland-West-Brabant 6 december 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8385
- Rb. Zeeland-West-Brabant 16 mei 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3229
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 september 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5654
- Rb. Rotterdam 7 januari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:34
- Rb. Rotterdam 12 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2127
- Rb. Overijssel 11 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5533
- Rb. Overijssel 19 april 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:2136
- Rb. Overijssel 5 april 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:1152
- Rb. Noord-Holland 24 maart 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:2269
- Rb. Noord-Holland 2 september 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:6701
- Rb. Noord-Holland 12 september 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:7599
- Rb. Den Haag 22 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23731
- Rb. Amsterdam 16 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3229
- Conclusie A-G de Bock 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:117
- CRvB 27 februari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:410
- CRvB 9 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:30