Art. 19a Participatiewet, Kostendelende medebewoner
1. In deze paragraaf wordt onder kostendelende medebewoner verstaan de persoon van 27 jaar of ouder die in dezelfde woning als de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft en niet:
a. de echtgenoot van belanghebbende is;
b. op basis van een schriftelijke overeenkomst met de belanghebbende, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als verhuurder, huurder, onderverhuurder, onderhuurder, kostgever of kostganger, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de belanghebbende, in dezelfde woning als de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft;
c. op basis van een schriftelijke overeenkomst met een derde, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger in dezelfde woning als de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft, mits hij de overeenkomst heeft met dezelfde persoon als met wie de belanghebbende een schriftelijke overeenkomst heeft, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger; of
d. een persoon is die:
1°. onderwijs volgt waarvoor aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 kan bestaan en op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die studiefinanciering;
2°. onderwijs volgt waarvoor aanspraak kan bestaan op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die tegemoetkoming;
3°. een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in de beroepsbegeleidende leerweg volgt;
4°. een vergelijkbaar soort onderwijs of beroepsopleiding als bedoeld onder 1° tot en met 3° volgt buiten Nederland, waarbij voor onder 1° en 2° geldt dat hij op enig moment tijdens dat onderwijs jonger dan 30 jaar is of in de maand van aanvang de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en c, legt de belanghebbende op verzoek van het college de schriftelijke overeenkomst over en toont hij de betaling van de commerciële prijs aan door het overleggen van de bewijzen van betaling.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 13 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2258
- Conclusie A-G Wattel 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:907
- Rb. Zeeland-West-Brabant 3 april 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2343
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 februari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1261
- CRvB 13 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:99
- CRvB 26 mei 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:685
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 juni 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3797
- Rb. Zeeland-West-Brabant 11 juni 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3544
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 juli 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4881
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 februari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1068
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 oktober 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6188
- Rb. Zeeland-West-Brabant 11 augustus 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:4603
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 juli 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3887
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 juli 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3765
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 januari 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:136
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 januari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:686
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 januari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:165
- Rb. Rotterdam 21 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6414
- Rb. Rotterdam 7 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3732
- Rb. Rotterdam 12 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2127