CRvB 9 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:161
Afwijzing aanvraag om bijstand. Verblijfsrecht. Geen afstemming. Appellante en haar jongste minderjarige zoon Y konden in de te beoordelen periode niet met een Nederlander worden gelijkgesteld. Daarom heeft het college niet de mogelijkheid om hen op grond van zeer dringende redenen bijstand toe te kennen. Het college heeft wel bijstand toegekend aan X, de oudste minderjarige zoon van appellante. Voor het antwoord op de vraag of de bijstand van X moet worden afgestemd, is alleen de situatie van hem en niet die van het gezin van belang. Voor appellante en Y is toekenning en dus ook afstemming namelijk niet mogelijk, omdat zij geen recht op bijstand hebben. Appellante heeft niet met concrete feiten of omstandigheden aannemelijk gemaakt dat zich een zeer bijzondere situatie voordoet die afstemming van de bijstand van X noodzakelijk maakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl