CRvB 24 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:657

Vervallen vakantie-uren over 2016. Appellant heeft in de eerste plaats aangevoerd dat hij over 2016 aanspraak heeft op 144 vakantie-uren in plaats van 72 vakantie-uren, omdat in de besluiten van 27 november 2018 en 22 januari 2019 is vermeld dat hij door ziekte buiten staat is gebleken dit verlof vóór de vervaldatum op te nemen. Dit betoog slaagt niet. Appellant heeft in de tweede plaats aangevoerd dat de staatssecretaris zijn informatieplicht heeft geschonden, waardoor ook de overige 72 vakantie-uren over 2016 niet moeten vervallen. Dit betoog slaagt niet. Appellant heeft verder nog aangevoerd dat bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat zijn vakantie-uren over 2016 niet zouden vervallen. Dit betoog slaagt evenmin. Dwangsom. Appellant heeft aangevoerd dat de ingebrekestelling niet prematuur is. Dit betoog slaagt. De staatssecretaris is aldus vanaf 11 mei 2019 een dwangsom verschuldigd. Vervallen vakantie-uren over 2015. Bij bestreden besluit 2 is het bezwaar tegen het laten vervallen van 44 vakantie-uren over 2015 primair niet-ontvankelijk verklaard. De Raad acht deze niet-ontvankelijkverklaring onjuist. Bestreden besluit 2 kan om die reden in zoverre niet in stand blijven. Over de vraag of het bezwaar bij dat besluit terecht subsidiair ongegrond is verklaard, overweegt de Raad het volgende. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de 44 vakantie-uren over 2015 om een andere reden, bovenop de eerdere 44 verkochte vakantie-uren zijn afgeboekt. Uit 3.1 tot en met 3.12 volgt dat het hoger beroep ten aanzien van de dwangsom en het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar slaagt en voor het overige niet slaagt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Aanleiding bestaat om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van appellant voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 3.795,-. Ook bestaat aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de reiskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 20,66.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken