CRvB 17 november 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2458

Dagloon juist vastgesteld. Voor de vaststelling van het welvaartsniveau is bepalend het loon dat daadwerkelijk is genoten tijdens de referteperiode die geldt voor de Wet WIA (historisch dagloon). Hierdoor hebben periodes waarin geen of minder loon is ontvangen tijdens de referteperiode invloed op de hoogte van het dagloon. De regeling in de artikelen 13 en 16 van het Dagloonbesluit, waarbij het loon uit alle dienstbetrekkingen in het refertejaar wordt gedeeld door 261, kan de terughoudende rechterlijke toetsing doorstaan. Er is daarom geen aanleiding deze bepalingen buiten toepassing te laten. Het is inherent aan deze wijze van bepaling van het dagloon dat periodes waarin minder loon is ontvangen tijdens de referteperiode een neerwaarts effect hebben op de hoogte van het dagloon. Dat is ook bij appellante het geval doordat zij in de eerste maanden van de referteperiode bij [B.V. 1] heeft gewerkt en daar veel minder verdiende dan in de periode daarna als dierenarts. De besluitgever heeft echter met een dergelijke situatie rekening gehouden en maakt daarbij geen onderscheid naar de reden waarom in een periode minder loon is ontvangen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat deze regelgeving van dwingendrechtelijke aard is en geen ruimte biedt om daar in het geval van appellante van af te wijken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken