CRvB 20 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:144

De Raad stelt vast dat aan appellanten nimmer een functie is toegewezen waaraan een hogere rang is verbonden dan de rang van [rang A]. Dit is ook niet in geschil. In zoverre biedt artikel 24, vierde lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) geen ruimte voor de door appellanten gewenste bevordering. Appellanten hebben aangevoerd dat gelijke arbeid in gelijke omstandigheden op gelijke wijze moet worden beloond, tenzij een objectieve rechtvaardigingsgrond een ongelijke beloning toelaat. Hierbij hebben appellanten verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2312. De Raad begrijpt de beroepsgrond van appellanten zo dat de bestreden besluiten in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Dit betoog slaagt niet. Uit de overwegingen volgt dat de hoger beroepen niet slagen en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken