CRvB 23 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0214
Tussenuitspraak. Terugvordering. Appellante heeft ten aanzien van de terugvordering over de jaren 1999 en 2000 met vrucht een beroep op verjaring heeft gedaan. Het had op de weg van het Uwv gelegen om contact op te nemen met appellante over het ontbreken van de belastingaangifte over het jaar 1999 bij de brief van 19 april 2000. Het Uwv had aan de hand van deze aangifte kunnen vaststellen dat appellante te veel uitkering ontving. Nu het Uwv destijds nog enige tijd nodig gehad zou hebben om deze aangifte op te vragen en de daarin opgenomen gegevens te verwerken had de aanvang van de termijn van verjaring in het onderhavige geval moeten worden gesteld op 1 juli 2000. Geen sprake van een dringende reden om van terugvordering af te zien. Het Uwv krijgt de opdracht de gebreken in het besluit te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen.
De uitspraak op rechtspraak.nl