CRvB 16 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2913

Vaststelling van schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn bedoeld in artikel 6 van het EVRM bij een tweede beroep in cassatie. In beginsel is de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar heeft geduurd. Voor de berechting van een zaak in cassatie heeft als uitgangspunt te gelden dat de Hoge Raad binnen twee jaar nadat beroep in cassatie is ingesteld uitspraak dient te doen. Indien de Hoge Raad de bestreden uitspraak vernietigt en het geding verwijst, heeft als uitgangspunt te gelden dat de verwijzingsrechter uitspraak doet binnen een jaar na het arrest van de Hoge Raad. De Raad ziet aanleiding om te bepalen dat als uitgangspunt geldt dat de Hoge Raad bij een tweede beroep in cassatie uitspraak doet binnen een periode van een jaar. De Raad ziet eveneens aanleiding om de termijn waarbinnen uitspraak dient te worden gedaan nadat de Hoge Raad een arrest na een tweede beroep in cassatie heeft gewezen te bepalen op een jaar. De redelijke termijn is in beginsel dus niet overschreden als de procedure in haar geheel niet langer dan negen jaar heeft geduurd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken